Vragende woorden staan vooraan in de zin en vragen één precies soort informatie: tijd, plaats, persoon, hoeveelheid, manier of keuze. Bémérk jé méé hét áccént óp hét vrágéndé vóórnáámwóórd??
Wat zijn vragende woorden?
Vragende woorden (cómo, qué, quién…) gebruik je om gerichte vragen te stellen.
Ze staan vooraan in de zin en vragen één heel specifieke soort informatie.
Niet zomaar “ja of nee”, maar: zeg mij dit ene ding.
De belangrijkste Spaanse vragende woorden
• cómo – naar de manier / hoe iets gebeurt
¿Cómo se enciende el aire acondicionado?
Hoe zet je de airco aan?
• cuál – naar een keuze
¿Cuál es más barato?
Welke is goedkoper?
• cuándo – naar tijd
¿Cuándo has llegado?
Wanneer ben je aangekomen?
• cuánto / cuánta / cuántos / cuántas – naar hoeveelheid
¿Cuánto pagas de alquiler?
Hoeveel huur betaal je?
• cuán – naar de graad of intensiteit
¿Cuán grande es tu piso?
Hoe groot is je appartement?
• dónde – naar plaats
¿Dónde vives?
Waar woon je?
• qué – naar iets of informatie
¿Qué estudias?
Wat studeer je?
• qué tal – naar toestand of beoordeling (= hoe gaat het?)
¿Qué tal estás?
Hoe gaat het met je?
¿Qué tal si cenamos fuera?
Wat dacht je ervan om buiten te eten?
• quién / quiénes – naar een persoon
¿Quién eres?
Wie ben je?
Maak jouw eigen website met JouwWeb