Het gebruik van de persoonlijke voornaamwoorden
In het Nederlands is het gebruikelijk om persoonlijke voornaamwoorden te gebruiken. Je zegt in een zin bijvoorbeeld "ik eet" om aan te geven dat jij de persoon bent die aan het eten is in de "De Grote Goesting". Het zou anders heel wat verwarring kunnen opwekken omdat de werkwoordsvorm vaak hetzelfde is (wij gaan, jullie gaan, zij gaan). In het Spaans blijkt uit de vorm van het werkwoord wie er iets uitspookt. Het is daarom overbodig om het persoonlijke voornaamwoord te benoemen, maar het mag wel. ► IK ben wel aan het eten in "De Grote Goesting". YO estoy comiendo en el "Grande Goestingos".
Voorbeeldzinnen
- Ik ga naar de winkel - Voy a la tienda
- Wij gaan naar het strand - Vamos a la playa (o- oh-o-oo.)
- Zij gaan naar de winkel - Van a la tienda
Naar het hoofdstukje over de COI en de COD (jéééé!)
Maak jouw eigen website met JouwWeb